Als je zelf ouder wordt
Bij mij kwam het besef van een eenzijdig verhaal niet door liefdevolle momenten.
Niet door ontroering of dankbaarheid.
Het begon met irritatie.
Met strijd.
Met kinderen die niet deden zoals het “hoorde”.
De nachten
Nachten waarin mijn kind niet wilde slapen.
Steeds weer wakker.
Steeds weer huilen.
Ik was moe. Op.
En vooral: boos.
Waarom slapen ze niet?
Waarom loopt het niet gewoon zoals bij anderen?
Ik zocht oplossingen.
Zoekend naar advies, naar verklaringen.
Ik probeerde van alles, massage voor het slapen, lavendelgeur op het kussen, samen slapen of juist niet.
Maar niets hielp.
En ergens — achter die boosheid — zat iets anders.
Iets wat ik nog niet durfde toe te laten.
Achteraf zie ik het scherp:
die nachten waren een spiegel.
Niet durven voelen. Niet durven overgeven aan je onbewuste, aan je gevoel.
Alles beredeneren. In mijn hoofd blijven.
Hoofdpijn
Mijn kind met hoofdpijn.
Regelmatig.
Ik nam het serieus, natuurlijk.
Maar ik zocht het weer in verklaringen.
Te druk. Te veel prikkels. Te weinig rust.
Tot het me raakte.
Niet als inzicht, maar als gevoel.
Ik zat zelf voortdurend in mijn hoofd.
Altijd bezig. Altijd op ratio.
Weinig ruimte voor wat er onder lag.
Mijn kind liet me zien wat ik zelf had afgeleerd.
Of misschien nooit echt had geleerd.
Voelen. Erbij blijven. Doorvoelen. Erkennen.
Niet meteen oplossen.
En toen verschoof er iets
Langzaam begon ik te begrijpen:
dit ging niet alleen over opvoeding.
Dit ging over mij.
Over hoe ik had geleerd om te overleven.
Door te denken.
Door te begrijpen.
Door niet te veel te voelen.
En ineens kwam die andere vraag.
Niet over mijn kinderen — maar over mijn ouders.
Wat gebeurt er als voelen geen veilige plek is?
Wat laat je dan liggen?
En wat geef je — zonder het te willen — door?
Dat was geen beschuldiging.
Geen aanklacht.
Het was herkenning.
De ondenkbaarheid
Juist door de strijd voelde ik iets anders ook scherper.
Hoe ondenkbaar het voor mij zou zijn
om mijn kinderen niet meer te zien.
Zelfs op de dagen dat het schuurt.
Juist dan.
En daar, in dat ongemak, begon iets te schuiven.
Heel voorzichtig.
Niet richting conclusies.
Maar richting vragen die ik eerder niet kon dragen.
Nog niet
Ik zeg dit niet omdat ik er “ben”.
Of omdat ik het heb opgelost.
Sommige dingen kun je pas voelen
als de tijd er rijp voor is.
Nog niet.
Dat is ook een antwoord.
Misschien brengt dit iets onder woorden wat je voelde, maar niet eerder benoemde.
Misschien hoef je hier niets mee te doen.
Misschien is het genoeg om dit even te laten voor wat het is.
Als iets in je blijft resoneren, dan mag dat.
Herkenning heeft soms tijd nodig.
Reactie plaatsen
Reacties